Terug naar het menu
Amstelstation
Constance Terlingen
Van 1 maart 1955 tot 25 oktober 1969 heb ik in het Amsteldorp gewoond.
Middelhoffstraat 7 op 1 hoog. Ik was 7 jaar toen ik daar kwam wonen en er ging een wereld voor me open. Wij waren thuis met twee meisjes en we scheelden 8 jaar. 7 en 15 dat was toen een groot verschil. Als je ouder bent valt dat leeftijdsverschil wel weer mee.
Maar in die Middelhoffstraat, daar woonden allemaal kinderen van mijn leeftijd. Eigenlijk woonde in elk huis, beneden en boven, kinderen van dezelfde leeftijd en dat resulteerde in veel gezamenlijke spelletjes buiten. Want buiten spelen dat kon toen nog. Auto's, welnee, die stonden er niet.
In de meeste gezinnen was het zo dat de moeder huisvrouw was en de vaders werkten. Die vaders gingen op de fiets naar hun werk. De fiets werd gestald in de fietsenstalling in de Rusthofstraat. Die fietsenstalling bestaat nu nog. Ook kon je je fiets gewoon buiten laten staan, eventueel nog zonder slot ook. En voor de huidige bewoners niet te geloven, maar het is echt waar; die fiets stond er gewoon nog de volgende dag.
Na het eten mocht je als kind ook weer buiten spelen, als je maar binnenkwam als de lantarens aangingen. En dat deed je dan ook, want het was in elk huisgezin hetzelfde. Naar binnen als de straatlantarens gingen branden.

Op 4 mei, togen wij met alle kinderen uit de straat naar het Amstelstation. En dan gingen om 2 minuten voor acht 's avonds de lantarens aan en dan was je 2 minuten stil. Zo werd je opgevoed in die eerste jaren na de oorlog, die onze ouders hadden meegemaakt. Je bleef stil en dacht aan de oorlog en aan de mensen die gestorven waren. Want dat hadden je ouders je ingeprent.
Maar dan gingen de lantarens 2 over 8 weer uit en was het feest.

Om nog even bij de tijd na de oorlog stil te staan. In het dorp was ook een BB. Daar was bijna elke familie lid van. BB bestaat voor Bescherming Bevolking en was opgericht, om te kunnen handelen als er onverhoopt weer oorlog zou komen.

Je moest 18 jaar zijn. Ik was nog te jong. Maar behalve mijn ouders en eigenlijk alle ouders uit het straatje en andere straten in het dorp, waren ook de kinderen van 18 jaar en ouder lid. Ze volgden cursussen en ik weet nog dat er in ieder geval schuilkelders waren onder de Renaultfabriek hoek Wibautstraat/Treublaan.
Nu ik inmiddels met mijn 64 jaar tot de harde kern der hangouderen behoor, waaronder ook Erik en Ria ;-) en laatstleden zelfs een verre Neef die nog steeds op de Fahrenheitsingel woont, sommige mensen zijn gewoon niet weg te branden uit dat leuke buurtje beneden het Amstelstation, denk ik er vaak aan hoe het hangen begon.
Dat was voor die straatjeugd van dat stukje Middelhoffstraat achter de fietsenstalling zeg maar, tegenover mijn ouderlijke woning. Op de hoek hingen wij. En vertelden wij moppen aan elkaar, maar ook andere ?belangrijke? zaken. En dan bleven we hangen, ook als de lantarens al aan waren. We waren al wat ouder.
Maar op een gegeven moment hingen er wel ouders op het balkon en dan moesten we toch thuiskomen.
Dat was de eerste hangplek.

Later vonden de meesten van ons, de hangplek in het Amstelstation. Dat zijn er generaties voor mij geweest en ook generaties erna.

En dan...eindelijk, dan kon je de buurt verlaten. Dat wilde je toch ook. Weg van die buurt, zo een dorp, waar iedereen alles van elkaar weet en vooral de negatieve dingen. Dat dacht je toen als onbezonnen jeugdige.
Want niet veel later, besefte je al hoe uniek jouw jeugd in dat dorp was geweest. Wat een heerlijke tijd je er eigenlijk hebt gehad. In die buurt dat toch ook Amsterdam was, maar toch een dorp.
Ook denk ik vaak, nu ik zelf hangoudere ben, aan die vaders van toen. Want toen al die hardwerkende mannen, die toch weer mee hielpen ons land op te bouwen, gepensioneerd waren, gingen ze ook hangen, al zullen die mannen dat zelf niet beseft hebben. En ze hingen op het muurtje van 7 huis. Wat ze al met elkaar bespraken, ik heb geen idee en was allang de deur uit, maar ook onze vaders hadden dus na een hard werkzaam leven, hun eigen hangplek.