Terug naar het menu
Fietsenstalling
Constance Terlingen
De fietsenstalling in de Rusthofstraat

Over hangplekken gesproken. Daar hoorde de fietsenstalling eigenlijk ook bij.

Die fietsenstalling Nieuwenhuizen in de Rusthofstraat was er door de gemeente neergezet met de bedoeling dat de bewoners van het nieuwe tuindorp Amstelstation hun fiets kwijt konden tegen een zacht prijsje. Dus toen zal die fietsenstalling wel gesubsidieerd zijn geweest.

Ik woonde vlakbij de fietsenstalling, maar bewoners van achterin het dorp dus zo de Manenburgstraat, Starrenboschstraat, die moesten na het stallen van hun fiets dat "hele eind" weer teruglopen en vice versa.

En natuurlijk werden door de Wetbuurtbewoners en consorten ook gebruik gemaakt van die fietsenstalling.

Op de hoek van de Middelhoffstraat en de Rusthofstraat woonde de familie Riksen. Jan Riksen werkte bij Nieuwenhuizen (ik dacht een fietsenwinkel in de buurt van het Frederiksplein, maar dat weet ik niet meer zeker). In het begin bewaakte meneer Riksen de fietsenstalling en ook Gerrit (waarvan ik niet meer de achternaam weet) zat de fietsenstalling te bewaken. Gerrit was een kwaaie en tegelijkertijd een echte kindervriend. Bijvoorbeeld als het vroor, dan spoot hij het hele landje tegenover de fietsenstalling onder en dan kon de dorpsjeugd veilig schaatsen. Het landje waar nu een kantoorgebouw staat, wat ik nog steeds geen gezicht vind, was best wel groot qua oppervlakte. Maar we schaatsten ook op de sloten, al had je daar veel koekijs, en nog weer later toen de snelweg er was, op die brede sloot Hugo de Vrieslaan naar de Nobelweg.

Soms was de bewaking toch niet zo goed in die fietsenstalling, want op een keer hadden twee kinderen uit de Middelhoffstraat alle fietsen daar op slot gezet en de sleuteltjes in het zand begraven,

alweer op het landje. Gerrit was des duivels en hoe het is afgelopen weet ik niet, maar de sleuteltjes vond je niet meer terug en al had je ze teruggevonden, van welke fiets was het dan. Die fietsenstalling stond aardig vol.

Ook hadden wij kinderen een tic om op die fietsenstalling te klimmen. Dat zal wel spannend geweest zijn. Want dan werd Gerrit erg boos, maar ook onze ouders. Terecht natuurlijk, dat dak had een soort glazen tegels en met al die kinderen erop, zou er lekkage kunnen komen. Onze ouders konden zien als wij er op zaten, want de achterkant van zowel Middelhoff als Zorgwijckstraat keek op het fietsenstallingdak uit. En wij deden werkelijk de gekste dingen, als we eenmaal met moeite op dat dak zaten. Krijgertje, het is toch niet te geloven. Ouders stuurden je er wel af, maar hielden verder hun mond. Toch was er een buur die dan Gerrit ging waarschuwen. Maar dat was toch ook de bedoeling, want dan werd het pas angstig spannend.

O ja, de familie Riksen was de eerste met televisie in de straat. En dan mochten alle buurtkinderen naar de kinderprogramma; s komen kijken. Ik zie nog dat opgezette eekhorentje voor het raam. Wij moesten ook altijd boodschappen doen voor mevrouw Riksen. Het was echt zo een mevrouw, en ik stond ervan te kijken, dat ze eens een hele middag haar man had geholpen met banden plakken.

Later was er een zoon van Nieuwenhuizen in de fietsenstalling. Willem. En nog steeds Gerrit die hoorde bij de inboedel.

Wij waren al ouder en toen werd het eigenlijk een hangplek. Want als je naar de bios was geweest en je zette je fiets neer om 10 of 11 uur 's avonds, dan bleef je nog even praten met Willem en de rest van jonge buurtbewoners die ook elders waren geweest.

En weer later pasten een aantal buurtgenoten zelf op, studenten of gewoon huisvaders om er een centje bij te verdienen.

En in veel herinneringen komt het snoepwinkeltje van mevrouw Boerke ter sprake op de hoek van de Fahrenheitsingel Von Guerickestraat. Maar later ging de fietsenstalling ook snoep verkopen. Een gouden handeltje scheen dat te zijn, al die snoep.