Terug naar het menu
De Amstelstationjeugd
Constance Terlingen
Ik ben opgegroeid in een dorp. Dat klinkt gek voor iemand die er prat op gaat een rasechte Amsterdamse te zijn. Toch is het zo. Allebei dus. Geboren en getogen in Amsterdam, opgegroeid in een dorp en nu wonende niet zo heel ver van Amsterdam vandaan. Of liever gezegd zelfs tussen Amsterdam in. Wij woonden in Watergraafsmeer. Althans nu zegt men altijd Watergraafsmeer. Toen werd er meestal over Amsterdam-Oost gesproken. Officieel heette ons dorp, "Tuindorp Amstelstation," of kortweg "Het Amsteldorp". Een dorp waar evenals het vlakbij liggende Betondorp vele toekomstige bekende Nederlanders woonden. Ria Valk, Jan en Hans de Hond (van ZZ en de Maskers); The Lords (de vroegere begeleidingsgroep van Rob de Nijs), een pantomimespeler een paar toneelspeelsters, de makers van Gandalf een opmerkelijk tijdschrift in die tijd, en zelfs iemand die gekleed in overhemd en stropdas (maar dat was ook alles) zich op de televisie vertoonde, wat toentertijd nu niet een gewoonte was.

Zo een Amsterdams dorp heeft wat. Wij waren stadsmensen uiteraard, maar gingen toch dwars door de weilanden en tussen de koeien door, naar school. 's Winters schaatsten we. Het hele dorp. Alle slootjes op, bruggetjes onderdoor, tot aan het Betondorp. Heerlijk was dat. Met de hele straat togen wij ook altijd op woensdagmiddag naar de Openbare Bibliotheek. Ook door de weilanden en dan nog die ellenlange oude Gooiseweg af, eerst langs een boerderij, dan langs de Oosterbegraafplaats en het witte kerkje naar De Brink in het Betondorp. 's Zomers ging de hele straat naar het De Mirandabad. Dan ging je met een klein pontje en daarna met een grote pont over de Amstel. Ook herinner ik me nog een buurvrouw die rustig met alle kinderen uit de straat op de bus naar Muiderberg ging. Wat een moed had dat mens, bedenk ik me nu, nu ik zelf ouder ben. Blikkie trap met het hele dorp. Allemaal vermakelijkheden tot zo een jaar of 12.
En dan begint het wat serieuzere leven. Je gaat naar de middelbare school Je krijgt dan andere besognes. En toch...op ??n of andere manier bleef je je kameraden uit het dorp trouw. Er was niet veel in dat dorp. Je had een speeltuin en buurthuisje Frankendael.
Daar moest je ook lid van zijn. Was je dat niet dan werd je door een strenge meneer pardoes de speeltuin uitgezet. En dat was alles. Zo begon de hangplek. Toen al. Eerst op de hoek van de straat. Daar vertelden we moppen aan elkaar. Meer niet. Twaalf/dertienjarige jongens en meisjes. Om acht uur ging iedereen naar binnen en 's zomers hing je weleens tot half tien 's avonds op die hoek. Het was in je eigen straat, je ouders konden je zo zien, echt het was tamelijk onschuldig. Misschien daarom werd het Amstelstation verkozen. Dat was ook wat spannender. Buiten de jeugd van het Amsteldorp, vertoefde daar ook de jeugd van de Transvaalbuurt, de Indische Buurt, natuurlijk uit het Betondorp en zelfs uit Duivendrecht en Diemen. En wat deed men daar dan? Nou eigenlijk niets bijzonders. Het vertellen van moppen had plaatsgemaakt voor andere conversaties. Over school, over de bioscoop en over wat je later wilde worden. 's Zomers ging je soms met zijn allen naar Zandvoort op de trein. Ook het De Mirandabad was pass?. Soms stapte je als meisje achterop zo een Witte Puch met een hoog stuur en reed je met een groepje "helemaal" naar Abcoude om daar een patatje te eten. Voorzichtige stappen op het vrijerspad. Dat was het zo een beetje.

Ik kreeg hele andere bezigheden. Via de middelbare school zat ik 's maandag op roeien, dinsdags op een literair clubje. Woensdags was de Volksmuziekschool aan de beurt en donderdags een toneelclubje. Dus toen had de jeugd het ook al druk met allerlei verenigingen en zo al. Toch ging je altijd nog even eerst naar het Amstelstation. En van daaruit ging je dus naar je club, sportvereniging e.d. Het hoogtepunt was trouwens als je op de terugweg nog even langs ging. Want dan was het wat later en donkerder en was er dat speciale vriendje dat expres op jou gewacht had, terwijl jij, gevormd door die middelbare school al andere ambities beijverde.

Ik denk dat er altijd overal ter wereld hangplekken zullen zijn. Ik propageer het niet hoor. Maar ik begrijp het wel.