In de voetsporen van de koningin van Sheba



Eens in de twee jaar een maand rondreizen betekent veel voorpret, lang nagenieten en tijd om te sparen. Zo heb ik samen met een vriendin veel verre reizen gemaakt. "Europa doen we wel als we bejaard zijn," was ons motto. We zijn naar Israel, Egypte, India, Nepal, Turkije, Indonesië, Jemen en Ethiopië geweest. De ene reis op de bonnefooi, de ander georganiseerd. Stuk voor stuk geweldige reizen. Welke reis is mij het meest bijgebleven? Allemaal. Maar Jemen was wel heel bijzonder.



Jemen, waar eeuwenlang kamelen beladen met wierook, goud en specerijen traag doorheen wiegden. In de voetsporen van deze karavanen rijden de landcruisers dwars door de woestijn langs antieke 'wolkenkrabbers', drukke bazaars. Jemen is een openlucht museum. Daarnaast heeft het land een zeer vriendelijke gastvrije bevolking. Het was net of je in een ander tijdperk terecht komt. Straatverlichting kennen ze niet, dus 's avonds de weg op was er niet bij.



Met Jemenitische mannen achter het stuur van onze landcruisers vertrokken we vanuit Sana'a de hoofdstad van Jemen, door prachtige smaragdgroene bergketens, langs terrassen en wadi's. We bezochten paleizen en wandelden door bergdorpen met geweldige uitzichten. We sliepen in tentjes op hagelwitte verlaten stranden waar de aangespoelde stukken koraal gewoon op het strand lagen.



Een schitterende reis door het land van 1001 nacht. Fata morgana's, kamelen, slapen onder sterrenhemel in de woestijn. Samenkomen in de mafrash om uit te rusten van de dag, te eten en Qat te kauwen met de mannen.



Een bijzondere ervaring, een aanrader. Jemen is in één woord fantastisch.