Terug naar het menu


Ik ben Limburger, zegt Trinette. En Duits is voor ons makkelijker dan voor de niet-Limburger.

Trinette de poppenspeelster van het Buurttoneel

De "belangrijkste" vraag uit het toneelstuk: "ben jij gevraagd?" moet Trinette ontkennend beantwoorden. Nee, zij heeft zichzelf opgegeven omdat zij het veel te leuk vond om mee te doen.

Trinette geeft aan dat zij een paar jaar geleden voor het eerst een voorstelling heeft bezocht van een buurttoneelgroep die volgens het zelfde concept was gemaakt als waar zijzelf nu aan mee doet. Inmiddels heeft zij een aantal voorstellingen gezien van verschillende regisseurs waarbij de een beter was dan de ander maar allen met amateurs uit een bepaalde buurt. Kort gezegd, toneel over, voor en door de buurt.

Het centrum van het buurttoneel bevindt zich in Muzenis. De directrice van deze instelling heeft het initiatief genomen voor het buurttoneel in Amsterdam. De Muzenis is een theatertje en een werkplaats in een oud schoolgebouw in Amsterdam Oud West, waar Trinette vroeger zelf ook verschillende producties maakte als zij subsidie kreeg."Ik repeteerde daar", zegt zij,"en speelde er ook mijn voorstelling. "Want net als Elly van de het Buurttoneel kent ook Trinette het gevoel van op de planken staan.

Trinette vertelt over de eerste bijeenkomsten naar aanleiding van de oproep van Margriet om over de (verdwenen) winkels in de buurt te komen praten. Niet iedereen die toen aanwezig was speelt uiteindelijk mee
in het toneelstuk. Sommige bewoners hebben alleen hun verhaal gedaan.

De buurt en daarmee ook de winkels zijn nog voor de Tweede Wereldoorlog ontstaan in de Wetbuurt, zegt Trinette. Op het hoogtepunt waren er meer dan vijftig winkels in de buurt. Zelf kwam Trinette in 1984 in Amsteldorp wonen en herinnert zich dat in het dorp toen in ieder geval nog een aantal slagers, een postkantoor, meerdere bakkerijen en groentezaken waren. Maar ook zag zij de winkels verdwijnen en denkt dat de opkomst van de supermarkten hier debet aan is. Ook ik stapte op mijn fiets om naar de supermarkt te rijden zegt Trinette omdat de producten daar goedkoper waren. Ze snapt daarentegen wel dat de eigenaars ook het hoofd boven water probeerden te houden. Trinette vertelt over de goede slagerij, een geweldige kruidenier en de groentewinkel met eerste klas producten. Volgens Trinette waren de meeste winkels kwalitatief goed.

In de winkelscénes in het toneelstuk vertegenwoordigen de poppen van Trinette het winkelend publiek en de winkeliers. Een prachtige oplossing want zoveel acteurs en actrices hebben wij niet zegt Trinette. De teksten voor haar poppen zijn dit keer niet door haarzelf gemaakt maar door Margriet, de regisseuse.

Trinette wilde absoluut niet in een poppenkast zitten, dat is niet (meer) haar stiel. Zij zal straks optreden met haar kar vol zelfgemaakte bek-poppen. Als voorproefje laat Trinette mij één van haar prachtige poppen zien en legt uit hoe zij met de pop werkt. Zij denkt met 5 poppen haar scénes te kunnen spelen. De koppen van de poppen worden gemaakt van schuimrubber waarbij de mond bewogen wordt door Trinette, het zogenaamde bekken. Eigenlijk net zoals de Muppets, zegt zij. Ik wil graag weten of zij altijd met deze poppen heeft gespeeld. "Nee", antwoordt Trinette," vroeger heb ik ook wel eens met handpoppen (poppenkastpoppen) gespeeld maar nooit eerder met marionetten. Dat was niet zo mijn ding, ik vond het te indirect, Teveel touwtjes. Je moet steeds weer dingen stilzetten om iets anders te laten bewegen. Direct vanuit de hand kan ik het beter besturen."

Het werkzame leven van Trinette bestond niet alleen uit poppenspelen, ook heeft zij een tijdlang toneel gedaan.

Na een jaar toneelschool werd Trinette naar huis gestuurd en kwam toen in Maastricht bij een heel goede amateurtoneelgroep terecht. "Daar speelde ik drie grote rollen", zegt Trinette. De regisseur kwam uit Duitsland, een dramaturg uit Aken. Deze man vertelde haar dat zij ook in Duitsland kon komen werken, hij zou haar wel ergens onder kunnen brengen en dat heeft hij ook gedaan. En in 1963 is Trinette naar Duitsland gegaan. Ik ben Limburger, zegt Trinette. En Duits is voor ons makkelijker dan voor de
niet-Limburger. Het was geen grote overstap. Ik heb wel fonetisch spraakles genomen bij een actrice omdat je toch de dingen iets anders plaatst. Want het Limburgse dat dus erg naar het Duitse gaat had ik op de toneelschool juist moeten afleren. Daar sprak men Algemeen Beschaafd Nederlands.

Trinette vervolgt, in Duitsland ben ik ook als au pair gaan werken om de taal zo goed mogelijk te beheersen. Want van kinderen leer je het meest. Volwassenen accepteren de manier waarop je spreekt zolang ze je begrijpen maar kinderen laten je direct weten wanneer je een fout maakt. Toen ik een halfjaar bij die kinderen was en een keer terug moest naar Maastricht om daar nog een voorstelling te spelen en twee meisjes op straat aansprak in het Nederlands antwoordden zij mij in het Duits. Toen dacht ik, oohhh ik heb dus een heel zwaar accent.

wordt vervolgt

Senna, maart 2012