Terug naar het menu


“Als mensen niet meer leven of zijn verhuisd, blijf ik met de verhalen zitten”
Het moet wel een hobby blijven

Als ik de kapperszaak van Ruud van Geemen binnenloop, is het net even rustig. We nemen plaats in de stoelen van de wachtruimte en ik vraag hem waar hij is geboren. Vervolgens wijst hij naar de Harley Davidson, die pal in de winkel staat. “Daar, op de plek van de motor”, zegt hij. Ruud woont én werkt al gedurende zijn gehele leven in Amsteldorp. Op zijn 18e is hij bij zijn vader in de kapperszaak gaan werken. Hij herinnert zich de beruchte woensdagen uit die tijd nog goed. “Er waren destijds twee scholen in het dorp, de Prinses Julianaschool en de Frankendaelschool. Op beide scholen zaten ongeveer 350 kinderen, in totaal dus zo’n 700. Op drukke middagen kwamen er wel 30 kinderen om geknipt te worden. Mijn vader deelde dan nummertjes uit. Sommige kinderen wilden ruilen met jongere kinderen zodat ze eerder aan de beurt waren. Dat zorgde voor de nodige ruzietjes”, vertelt Ruud met een glimlach.

Vervolgens loopt er een man de zaak binnen. We kunnen het interview gewoon voortzetten, want het is een vaste klant. Onder het wassen en knippen door vertelt Ruud, dat hij vrijwel al zijn klanten al jaren kent. Sommigen komen al 60 jaar, eerst bij zijn vader en nu bij hem. Ook heeft hij een aantal klanten, waarvan hij zowel de kinderen als kleinkinderen knipt. Ondanks dat mensen naar andere steden verhuizen, blijven ze toch bij hem terugkomen. Zo knipt hij mensen uit Diemen, Purmerend, maar ook zelfs uit Texel en Zeeuws Vlaanderen. Aangezien hij al 46 jaar in het kappersvak zit, zijn er ook al veel van zijn klanten overleden. “Als mensen niet meer leven of zijn verhuisd, blijf ik met de verhalen zitten”. Hij begint spontaan oude herinneringen op te halen met de klant, die op dat moment nog in de kappersstoel zit. Ze praten over ruzies tussen buren, die beiden klant bij Ruud waren en hoe dit voor ongemakkelijke situaties zorgde. Ruud kende het verhaal vaak van beide kanten en moest dan erg opletten met wat hij wel en niet zei.

Als ik vraag wat Ruud het aller-leukst aan Amsteldorp vindt, noemt hij het omgaan met verschillende mensen. Of ze nu arm of rijk, laag- of hoogopgeleid zijn, hij vindt het allemaal even boeiend. “Mensen kennen elkaar hier vrij goed en elke 2 jaar is er een straatfeest. Dat is altijd erg gezellig.” Wel mist hij winkels. “Er zijn er 43 uit Amsteldorp vertrokken. Er waren wel 3 bakkers en 2 slagers. Nu zit er niets meer”.

Volgend jaar wordt Ruud 65 jaar en hij wil nog niet aan stoppen denken. Ondanks dat hij niet te ver vooruit kijkt, heeft hij wel besloten volgend jaar een dag minder te gaan werken. “Het moet wel een hobby blijven.”

Irene Peters, mei 2015